Overhandigen opbrengst sponsordiner aan de voorzitter!

 

Eind november bezoekt Bob Loose, samen met Joke Knoope, de voorzitter dhr. Frans Geelen en zijn vrouw Tiny om hen de opbrengst van het sponsordiner te overhandigen.

 

Stichting-OOG organiseerde op 16 oktober een sponsordiner t.b.v. Stichting-OOG (Ontwikkeling Ouderen in Gambia). De opbrengst is bestemd voor hun project in Gambia.

 

Op deze avond waren een kleine vijftig mensen aanwezig. Zij hebben, naar hun zeggen, genoeglijke avond gehad. Het amusement werd verzorgd door het duo Tijs Marijnissen op piano en Eva van de Berg als zangeres. Ook waren vier zangers van het koortje VIER aanwezig dat een repertoire van diverse Nederlandstalige en buitenlandse liederen ten gehore heeft gebracht.
De catering werd gedaan door Kees Oostindie uit Malden, die een perfect samengesteld walking dinner heeft verzorgd met diverse kleine hapjes gedurende de hele avond. De avond, die begon om ca. vijf uur en duurde tot een uur of tien, mag als bijzonder geslaagd worden gezien.

De opbrengst van de avond was € 859. Frans Wijnakker en Bob Loose hebben dit bedrag door een donatie van € 141 aangevuld tot €1.000.

Voor volgend jaar zien we een vervolg van dit initiatief en hopen op deze manier iets te kunnen betekenen voor de derde wereld.

 

 

 


 

20-2-2011


De betekenis van ontwikkelingshulp.


Inleiding:


Er zijn in de hulp twee soorten te onderscheiden:
 

• Humanitaire hulp
• Ontwikkelingshulp

 

 

Humanitaire hulp:


Humanitaire hulp wordt gegeven wanneer er een ramp plaatsvindt.
Een goed voorbeeld hiervan is de tsunami in Indonesië een paar jaar geleden. De mensen die ten gevolge van deze ramp veel zijn kwijtgeraakt op het gebied van voedsel, wonen en werk hebben alleen hulp nodig om hen terug in de situatie te brengen van vóór de tsunami. Ze hebben behoefte aan geld en middelen. Onderwijs is niet nodig. Ze weten hoe ze het leven zoals zij dat invulden vóór de ramp, weer op moeten pakken.
In een ander voorbeeld wordt de boot van een visser verwoest door een brand. Dit is een ramp voor deze visser, omdat hij nu niet meer in staat is om vis te vangen waardoor zijn familie honger lijdt. Wanneer deze visser een nieuwe boot krijgt kan hij door gaan met zijn leven als voorheen zonder verdere ondersteuning of kennisaanbod.

 

Ontwikkelingshulp:

 

Ontwikkelingshulp wordt gegeven aan arme mensen in een stabiele situatie. Deze mensen zijn niet in staat om hun leven zo vorm te geven dat ze een goed bestaan kunnen opbouwen. Wanneer je deze mensen wilt helpen dan heeft gewoon geld geven geen zin. Ze verbruiken het geld en daarna zijn ze net zo arm als daarvoor. Wanneer je hen vaker geld geeft dan gaan ze dat als normaal beschouwen en zullen hun activiteiten afnemen, waardoor hun situatie zelfs zal verergeren wanneer de hulp stopt.
Deze mensen moeten worden opgeleid zodat ze zich de kennis en vaardigheden toe-eigenen die nodig zijn om meer geld te verdienen en in hun levensonderhoud te voorzien.

 

 

De praktische situatie in Gambia:

 

De hulp die GHF biedt aan de armste mensen in Gambia vindt plaats in de omschreven stabiele situatie en valt dus onder ontwikkelingshulp. De mensen waarvoor GHF werkt worden dus niet geholpen door geld aan hen te geven. Ze zijn ook niet geholpen wanneer we hen middelen en voorzieningen geven zonder hen te vertellen en te leren hoe ze de apparatuur moeten gebruiken en beheren. Naast het installeren en leren omgaan met het gebruik van de uitrusting in de tuin moeten we hen verder begeleiden, en wel zo, dat zij na enige tijd zelf in staat zijn om de tuin te beheren en in stand te houden. Dit wordt ook wel duurzame ontwikkeling genoemd.
 

 

Meer concreet betekent dit het volgende

 

#1: Leren welke vorm van landbouw of tuinieren hen de meeste winst zal opleveren:

 

Volgens informatie gekregen van een dorpsbewoner, oogst elke vrouw elk jaar gemiddeld 4 of 5 zakken rijst van haar rijstveld. Een zak rijst is €15. Dus in één rijstseizoen, dat meer dan zes maanden duurt, verdienen ze in totaal 5 x 15 = €75.

 

Wanneer de vrouwen het hele jaar door in de groentetuin werken kunnen 3 oogsten per jaar gerealiseerd worden. Wanneer ze in de natte tijd op de rijstvelden werken kunnen ze in de tuin nog maar een keer oogsten. Dit betekent dat de vrouwen, wanneer ze niet naar de rijstvelden gaan in het natte seizoen twee keer een opbrengst van de groenteteelt kunnen hebben.
Een rekensommetje: de vrouwen die in de tuin werken kunnen gemakkelijk 20 bedden beheren (elk bed is 1 x 10 m.) en één bed kan gemakkelijk in één seizoen €12,50 opbrengen. Dat betekent met twee oogsten een opbrengst van €25 per bed. Vermenigvuldigd met 20 bedden levert in de groente tuin een totaal inkomen op van €500.
Wanneer we dit vergelijken met de inkomst van een oogst op de rijstvelden zien we dat dit bijna 7 keer meer is.
 

 

#2: Leren om betere producten in de tuin te krijgen.


De vrouwen vertelden ons dat ze weten hoe ze groenten moeten telen. Dat geldt voor de gebruikelijke manier die ze gewend zijn, maar er zijn mogelijkheden om meer en betere producten te kweken. Als de vrouwen bereid zijn om te leren hoe het beter kan dan zijn ze in staat om meer geld met hun tuin te verdienen.
 

 

 

 

 

 

 

 

#3: Leren hoe je meer geld op de markt kunt krijgen:
Als zij contacten leggen met mensen die gespecialiseerd zijn in het verkopen van producten zullen ze meer geld verdienen en minder tijd nodig hebben om te verkopen. Zij kunnen zich dan concentreren op het kweken.
 

#4: Leren hoe de apparatuur op het veld te onderhouden:
Er kan een berekening worden gemaakt hoeveel geld elk jaar opzij gelegd moet worden om alle benodigde onderhoud van de apparatuur te bekostigen. Dit geld moet op een speciale bankrekening worden gestort die alleen mag worden gebruikt voor dit doel. Op deze manier zal een defect watersysteem de productie op het veld niet stopzetten.
 

#5: Leren om samen te werken met een groep en met specialisatie op diverse terreinen:
Werken op een coöperatieve manier stelt de vrouwen in staat om dingen goedkoper en efficiënter te doen. Bijvoorbeeld één groep kan zich specialiseren zich in het kweken van jonge planten terwijl anderen alleen maar het eindgewas produceren en weer anderen alleen de verkoop doen.
 

#6: Leren om boekhouding te doen:
Goede boekhouding is nodig om te kunnen leren welke soort producten de beste winst opbrengen.
Wanneer aan het eind blijkt dat sommige gewassen niet goed groeiden, kunnen ze advies vragen aan specialisten omdat ze precies weten wat ze hebben gedaan in de groeiperiode.
Het geeft ook een transparantie en inzicht in alle financiële transacties. Zo wordt het moeilijk gemaakt voor oneerlijke mensen om geld achter te houden.
 

#7: In het algemeen moeten de mensen leren hoe alles te beheren.


Wat we zien is dat de meest Gambiaanse mensen niet begrijpen dat bovenstaande leeracties cruciaal zijn voor het ontwikkelen van een duurzame tuin. Tot op heden werken ze op de manier die ze geleerd hebben van hun ouders en hun grootouders. Het veranderen van deze manier van werken is moeilijk en vraagt een heleboel extra inspanning. Velen zijn niet bereid om deze extra inspanning te doen of zij begrijpen niet dat deze verandering echte, reële winst voor hen zal opleveren. En om ze dat te laten begrijpen, is onderwijs nodig!

Het is de taak van GHF om gestalte te geven aan deze duurzame manier van ontwikkelen. Wil dit slagen dan is het van essentieel belang dat de leiders van het betrokken gebied (het dorp, het district) samenwerken met GHF om zo een goed contact mogelijk maken tussen GHF en de deelnemende leden van de tuin. Zonder de actieve ondersteuning van de leiders van het gebied zal het moeilijk zijn voor de deelnemers van de tuin om GHF te begrijpen en hen te vertrouwen. Dit betekent dat het zonder de hulp van de leiders van het gebied vrijwel niet mogelijk is om succes te hebben!

 

 

De volgende problemen komen we tegen:

  • Afspraken worden niet opgevolgd waardoor leren en efficiënt werken niet mogelijk is.

  • Leningen worden niet terug betaald. Dit betekent dat dit geld is verspild. De vrouwen leren niet om hun geld te beheren. In feite    leren ze niets en krijgen ze de verkeerde houding.

  • Kansen om hulp te krijgen, om te leren hoe beter geteeld kan worden en dus hoe er meer geld verdiend kan worden, worden niet benut of soms zelfs om zeep geholpen.

 

 

Er zijn veel organisaties in Gambia die bereid zijn te helpen met het leerproces om de opbrengst van de tuin te verbeteren. Al deze organisaties hebben de absolute eis dat hun adviezen snel en stipt opgevolgd moeten worden. Wanneer dit niet gebeurt dan zullen ze stoppen met hun hulp en een volgende keer zal dat gebied geen tweede kans meer krijgen! Dit betekent dat het hebben van de juiste houding, direct aan het begin van het project, zeer belangrijk is.

 

Conclusies:

  1. Ontwikkeling betekent: leren.

  2. Ontwikkelingshulp betekent hulp bij het leren.

  3. Soms geven ontwikkelinghelpers schenkingen of terug te betalen leningen. Deze schenkingen of terug te betalen leningen zijn echter alleen zinvol als ze worden opgevolgd door een leerproces hoe ze dit geld goed kunnen investeren en hoe ze met gerealiseerde voorzieningen moeten omgaan en deze moeten onderhouden.

  4. Goede samenwerking tussen GHF, de leiders van het gebied en leden is van cruciaal belang.

  5. Duidelijke uitleg aan de leiders en de deelnemende leden over ”de betekenis van duurzame ontwikkeling" is hard nodig, en moet keer op keer worden herhaald.

  6. Het snel en accuraat opvolgen van adviezen, die worden gegeven door hulpverlenende organisaties, is van essentieel belang.

 

 

 

Stichting-OOG: Voorzitter, Frans Geelen

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

10 oktober 2010

 

Lezing Frans in het verenigingsgebouw

 

 

Beste mensen,

 

Mag ik mij eerst even voorstellen? Ik ben Frans Geelen, Voorzitter van Stichting-OOG en samen met mijn vrouw Tiny zijn wij de uitvoerende personen in Gambia.

 

 

Ontwikkelingswerk: Heeft het zin? Komt uw geld goed terecht?

 

Dat zijn vragen die veel gehoord worden de laatste tijd. In het algemeen kan ik daar geen antwoord op geven. In het geval van ons werk van Stichting-OOG   kan ik daar in ieder geval over vertellen. Ik zal u zo goed mogelijk uitleggen wat wij doen  en hoe wij dat doen. U mag dan zelf beoordelen of u dat een goede manier vindt en of u het waard vindt om daar aan mee te helpen.

 

 

 

 

 

Eerst even heel in het kort onze doelstelling:

 

Wij willen het aller armste bevolkingsdeel van Gambia helpen om een betere toekomst op te bouwen. Voor deze mensen is elke dag goed voedsel niet vanzelf sprekend. Erger nog, velen onder hen  kennen vele dagen dat ze alleen rijst op het menu hebben staan. Dit is ongezond waardoor ze heel vatbaar zijn voor ziekten. Vervolgens hebben ze geen geld voor medicijnen en sterven daardoor veel te jong. Vooral kinderen zijn kwetsbaar.  Die mensen hebben ook  geen geld om hun kinderen naar school te laten gaan.

 Het zijn vooral de vrouwen die hierin verandering willen brengen. Zij werken de hele dag hard maar kunnen desondanks hun situatie niet verbeteren.  Zij hebben ons gevraagd te helpen en dat willen we ook graag doen. Niet door ze dingen te geven. Want daardoor maak je ze afhankelijk van die hulp en wordt hun situatie alleen maar slechter. Wij geven niets zonder dat ze er iets voor moeten doen. En wat we geven is alleen voor duurzame ont-wikkeling.

 

Maar dat is nog niet genoeg.

 

Wij proberen ontwikkelingshulp te geven in de echte betekenis van het woord. Ze krijgen van ons mogelijkheden om gemakkelijker geld te verdienen en mogelijkheden voor onderwijs. Dit moet hun situatie flink verruimen zodat ze gezonder kunnen eten, minder ziek zijn en hun kinderen naar school kunnen laten gaan.  Deze ontwikkelingshulp wordt zodanig uitgevoerd dat ze binnen enkele jaren volledig zelfstandig de betere mogelijkheden kunnen blijven doorzetten.

 

Wat is er tot nu toe gebeurd?

 

In 2007    hebben we een bestaand gebouw opgeknapt en dat doet nu voorlopig dienst als klaslokaal,  opslagruimte en kantoor. Dit gebouw is veel te klein maar om te starten was dat prima. Het les geven aan volwassenen is gestart.

 

 

 

 

 

 

 

In de winter van 2008-2009 hebben we een nieuw gebied ontgonnen.   Samen met een bestaande tuin is dit 11 hectare groot. Deze hele tuin hebben we van een deugdelijke omheining voorzien  en op ongeveer 4 hectare hebben we een watervoorziening geplaatst. Dit is gedaan door het boren van 2 putten,  het plaatsen van 2 pompen die door zonne-energie aangedreven worden en het bouwen van 12 grote waterreservoirs.

 

 

 

 

 

 

In de winter van 2009-2010  hebben we nog eens een stuk tuin van ongeveer 2,5 hectare op dezelfde manier van water voorzien. Daarmee kunnen de vrouwen aan de slag. Het zijn er ongeveer 300 die mee doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat zijn we nog meer van plan?

 

We willen een multifunctioneel gebouw neer zetten!

 

Zoals gezegd was het opknappen van een bestaand gebouw een voorlopige actie. Dit gebouw is echter veel te klein. We hebben nu een plan klaar liggen  voor een gebouw van 140m2 .Kijk straks maar even op de bouwtekening die aan de wand hangt. Het grootste deel is bedoeld als opslag en werkruimte  voor de oogst en het stallen van tuingereedschap en machines. Er komt een kantoorruimte in  en een open overdekte plaats waar de vrouwen andere ambachten kunnen uitoefenen.

 

Dit gebouw gaat €44.434 kosten. Om dit geld bij elkaar te krijgen hebben we weer hulp aangevraagd bij Wilde Ganzen en het NCDO. Beiden hebben die hulp toegezegd. Dit betekent dat voor elke euro die wij verzamelen, zij er samen anderhalve euro bij doen. Om dit netjes te laten verlopen eist Wilde Ganzen dat de sponseringen voor dit gebouw rechtsreeks naar Wilde Ganzen gestort worden onder vermelding van STICHTING OOG. Dan komt alles goed.

 

 

 

Als het nieuwe gebouw klaar is kunnen we het bestaande gebouw helemaal inrichten voor onderwijsdoeleinden.

 

 


 

 

 

Hoe gaan wij te werk:

In eerste instantie trachten we hen te helpen door hen mogelijkheden te bieden voor betere inkomsten en onderwijs. Tegelijk en daarna  samen met hun werken aan een opleiding om hun vertrouwd te laten raken met de nieuwe mogelijkheden. Dat laatste is niet eenvoudig. Op de eerste plaats moet je hun vertrouwen zien te winnen. Tiny heeft hierover in de kerk vanmorgen ook al veel verteld.

 

Zij zijn al vele generaties lang gewend om hun werk op een bepaalde manier te doen. Ze geloven ons niet zomaar als wij hun komen vertellen dat het op een andere manier beter kan. Een probleem is dat we met een groot cultuur verschil te maken hebben en dat ze geen opleiding genoten hebben. Lezen schrijven en rekenen kunnen ze niet. Dat 1 + 1 = 2 zal nog wel lukken    maar als het 5 + 6 is, wordt het voor velen al heel moeilijk. Ook tijd kennen ze niet. De klok kunnen ze niet lezen maar die hebben ze tot nu toe ook niet nodig gehad. ’s Morgens beginnen ze met hun werk, werken door tot het donker is en de volgende dag gaan ze weer verder. Zo ligt dat.

De meesten weten, zelfs niet bij benadering hoe oud ze zijn. Dat is niet interessant. Als een moeder een kind gekregen heeft  en ze gaat 2 weken daarna naar het consultatiebureau. Dan wordt haar gevraagd wanneer het kind geboren is. Velen weten dat niet te vertellen. Er wordt dan een datum geprikt. Een ander voorbeeld is: Als wij een vergadering afspreken met de raad van ouderen (zeg maar gemeentebestuur)    voor de volgende dag om 3 uur. Dan kun je blij zijn als ze er om 5 uur zijn. Zij vatten de afspraak “om 3 uur” op als “ergens in de namiddag”. Dit is geen slordigheid of onwil maar zo zitten ze in elkaar.

 

 

Welnu, wij willen dat ze voor de tuin plannen gaan maken wat ze voor het komende jaar gaan telen. En dat ze, na dat er geoogst is, een deel van het geld reserveren voor onderhoud van de tuin met zijn gereedschappen. Als je generaties lang gewend bent om niet verder dan een paar dagen vooruit te kijken en dus alles op te eten wat je nu hebt is dat heel moeilijk. Wij hebben bijvoorbeeld samen met hun afgelopen winter zo’n plan in elkaar gezet. Alle vrouwen waren enthousiast en zouden hier gebruik van maken.     

 

Toen echter de eerste regens van het natte seizoen kwamen kregen ze de kriebels en moesten ze naar de rijstvelden, wat niet de afspraak was. Ze kunnen in de tuin veel meer verdienen. Hun generaties lange gang naar de rijstvelden zit zo diep in hun genen dat ze het niet voor elkaar krijgen om daar van af te wijken. Daar komt bij dat wij hele verhalen kunnen houden over de betere mogelijkheden in de tuin maar door hun gebrek aan onderwijs kunnen ze dat niet begrijpen.

Onderwijs is daarom heel belangrijk voor hun. Maar als je niet verder kijkt dan een paar dagen vooruit, dan zien ze het nut van onderwijs ook niet. Daar kun je op korte termijn immers niet van eten.Deze vicieuze cirkel doorbreken is niet gemakkelijk maar wij gaan er voor. Immers als dat lukt en de vrouwen gaan het voordeel zien dan hebben we pas bereikt wat we willen bereiken.      

 

Namelijk duurzame ontwikkeling.

 

Dit proces van bewust maken bij de vrouwen zitten we nu midden in. Daarnaast proberen we een voorbeeldtuin te maken. Zodat ze met eigen ogen kunnen zien, hoe het beter kan. Dit zal helpen om ons te vertrouwen, en samen met ons aan die beter toekomst te werken. Om van die tuin een succes te maken  is het nodig dat het multifunctionele gebouw er komt. Ze moeten de oogst goed op kunnen slaan en samen onder dak aan ambachten werken. In de toekomst moeten er tuingereedschap en machines gestald kunnen worden.

 

 

 

In het kort gezegd, we werken op twee fronten. Een is direct contact met de vrouwen om hen te inspireren en voor te lichten en twee is in de tuin een voorbeeld creëren  zodat ze kunnen zien dat het kan werken. “Zien is geloven” Dat is een veel gebruikte uitdrukking in Gambia.

 

 

 

Nog even dit:

Ik heb steeds gepraat over dat wij hen iets moeten leren e. d.  Met wij bedoel ik hier onze managers in Gambia. Demba Jobateh, die vorig jaar hier is geweest, met zijn helper Lamin Jabang en samen met beter onderrichte vrouwen en andere leiders uit het dorp.

Wat Tiny en ik doen is: mee kijken en suggesties geven  en soms wat harder doordrukken als dat echt nodig is. En natuurlijk vooral financieel heel goed de vinger aan de pols houden.

 

 

 

 

 

 

Beste mensen, Ik ben bij lange na niet volledig geweest. Toch hoop ik  dat dit verhaal een indruk heeft gegeven  van wat wij doen en hoe wij dat doen.  Als jullie het daar mee eens zijn schroom dan niet om ons daarbij te helpen. Denk niet: Het is maar een druppel op de gloeiende plaat. Er doen 300 vrouwen mee. Dat betekent 300 gezinnen, dat betekent meer dan 300 x 5 = anderhalfduizend mensen die er profijt van hebben. Dat is niet niks. Wij kunnen het niet alleen. Jullie hulp is nodig. Het fijnste zou zijn als jullie een machtiging invullen voor een vaste periodieke bijdrage. Maar elke andere vorm van bijdrage is natuurlijk ook welkom.

 

 

 

Als jullie voor het multifunctionele gebouw willen bijdragen vul dan een machtiging voor Wilde Ganzen in. De machtigingen liggen op de leestafel. Als jullie meer informatie willen spreek mij of mijn vrouw Tiny dan aan, want wij komen het meest in Gambia. Met plezier zullen we u te woord staan. Ook de andere bestuursleden weten er veel van, ook zij kunnen u wellicht helpen.

 

Ik dank u voor uw aandacht en wens u nog een prettige middag met alle activiteiten.Maar vergeet vooral de leestafel niet.

 

Bedankt namens het hele bestuur en alle belanghebbenden in Gambia.

 


Stukje op de Geldelander-site>

 

 

 

 

In de Gelderlander van 7 oktober 2010 stond onderstaand artikel geschreven door Hans Peters

 

 

 

Note: Aan de inhoud van deze website kunnen geen rechten worden ontleend.
No rights can be derived from the content of this website.